Erasmus College

 

 

 

 

Hockey 'op het Erasmus College'

 
   


Hockey is een populaire sport in Nederland en veel van jullie zullen dan ook wel eens het Nederlands dames- of heren hockeyteam op tv hebben zien spelen. Hockey is een snelle technische sport die leuk is om naar te kijken en te spelen.
Bovenkant formulier
In de buiten periode zullen jullie veel tijd besteden aan hockey. Eerst zal er veel moeten worden geoefend met de basis technieken en later komen ook de tactieken aan bod. De laatste sportdag van het jaar, die voor de zomervakantie, is een voetbal en hockey sportdag waarop jullie kunnen laten zien wat jullie het afgelopen jaar geleerd hebben. 

Het officiële spel wordt gespeeld met twee teams van elf spelers maar op school spelen we hockey met teams van zes en later met teams van acht. Op de sportdag wordt gespeelt met teams van zes.

Het officiële speelveld

Spelregels zestalhockey

Speelveld
In de meeste gevallen zullen we gebruik moeten maken van bestaande velden. We spelen op een kwart van het veld, waarbij de zijlijnen als achterlijnen fungeren en de middenlijn en een 23-meterlijn of de 23-meterlijn en een achterlijn als zijlijn. Een tweede mogelijkheid is het uitzetten van een specifiek zestalhockeyveld van 23 x 55 m.

Doelen
Doelen kunnen worden gemaakt van pylonen. De voorkeur gaat echter uit naar een achterplank met zijschotten (mini-doel). Iedere partij heeft één doel, de breedte van het doel is 3.66 meter (de normale breedte van een doel). Het doel wordt in het midden van de 'achterlijn' geplaatst.

10-meterlijn
Uit praktische overwegingen wordt gebruik gemaakt van een 10-meterlijn in plaats van een cirkel. Deze 10-meterlijn wordt aangegeven met pylonen. De betekenis ervan wordt later uitgelegd.

Bal                                                
Er wordt gespeeld met een normale hockeybal.

Teams
Een team bestaat uit maximaal 5 veldspelers en 1 doelverdediger.  Spelers mogen altijd wisselen, mits dit gebeurt vanaf de middenlijn, nadat de medespeler het veld heeft verlaten.

Wedstrijdduur
Een wedstrijd duurt 2 x 25 minuten met een pauze van circa 5 minuten.

Toss
Voor aanvang van de wedstrijd tossen de aanvoerders: de winnaar van de toss kiest voor beginslag of speelrichting.

Algemene spelregels zestalhockey

Het spelen van de bal

- Door veldspelers alleen met de platte kant van de stick.
- Door doelverdedigers alleen met de platte kant van de stick. Binnen het 10-metergebied mag de doelverdediger de bal stoppen met het lichaam en wegschoppen (mits ongevaarlijk!) 

Begin of hervatting van het spel

De beginslag wordt genomen vanaf het midden van het veld:
- door een speler van de partij die na de toss de beginslag heeft gekozen of 'gekregen'
- na de rust door een speler van het andere team
- na een doelpunt door een speler van het team waartegen het doelpunt is gemaakt.
Bij een beginslag mag de bal in alle richtingen worden gespeeld. Verder gelden de regels van een vrije slag.

Gevaarlijk en ruw spel

Gevaarlijk en ruw spel is altijd verboden. Hieronder valt:
- gevaarlijk of hinderlijk zwaaien met de stick
- hoge bal, waaronder 'snijden'
- hakken op de stick tijdens een duel
- aanvallen van links als dit gevaarlijke situaties oplevert
- (naar) spelers (of hun stick) slaan of trappen, vasthouden of duwen, laten struikelen, blokkeren met het lichaam
- ongecontroleerd de bal zonder stoppen terugslaan
- de bal opzettelijk tegen een speler aan spelen

Afhouden

Het is verboden een speler in zijn spel te belemmeren door deze (hinderlijk) te beletten de bal te spelen. Dit kan de balbezitter zelf (afhouden), zijn stick (stickafhouden) of een medespeler (indirect afhouden) zijn.

Bal tegen het lichaam ('shoot')

Het is veldspelers verboden de bal opzettelijk met het lichaam te stoppen of met been of voet te bewegen. Bij onopzettelijk 'shoot' wordt alleen afgefloten wanneer het gevaar oplevert of wanneer er voordeel uit ontstaat.

Vrije slag

Een vrije slag wordt genomen vlakbij de plaats van de overtreding, door een speler van het team dat niet de overtreding heeft begaan. De bal moet stilliggen en mag niet omhoog worden gespeeld. Bij het nemen van de vrije slag moeten alle spelers van de andere partij op minimaal 5 meter van de bal zijn. Binnen het 10-metergebied moeten de spelers van beide partijen 5 meter afstand van de bal nemen. Degene die de vrije slag genomen heeft, mag de bal daarna pas weer spelen als eerst een andere speler de bal heeft aangeraakt. 

Doelpunt

Een doelpunt is gemaakt wanneer de bal de doellijn passeert en binnen het 10-metergebied is aangeraakt door een aanvaller. De bal mag hierbij niet hoger komen dan 46 cm. (plankhoogte). Als binnen het 10-metergebied de bal door een stick van een aanvaller is gespeeld en daarna via de stick of het lichaam van een verdediger de doellijn passeert, is er eveneens een doelpunt gemaakt.

Bal over de achterlijn, zonder doelpunt 

- Door een aanvaller gespeeld: uitslaan door een verdediger op de 10-meterlijn, loodrecht tegenover het punt waar de bal over de achterlijn ging.
- Door een verdediger gespeeld: aan de aanvallende partij wordt een lange corner toegekend.

Lange corner

Inslaan door een aanvaller op de zijlijn op 5 meter afstand van de hoek, aan die kant van het doel waar de bal over de achterlijn ging. Na het nemen van de inslag moet de bal opnieuw binnen het 10-metergebied door de stick van een aanvaller worden geraakt, alvorens een doelpunt kan worden gemaakt. Spelers van beide partijen moeten minimaal 5 meter afstand nemen van de bal.

Bal over de zijlijn

Inslag op de zijlijn op de plaats waar de bal over de lijn ging, door een speler van de partij die de bal niet het laatst heeft aangeraakt voor hij over de zijlijn ging. Wanneer een speler van de aanvallende partij een inslag neemt binnen het 10-metergebied, moet de bal opnieuw binnen het 10-metergebied door een stick van een aanvaller worden geraakt, voordat een doelpunt kan worden gemaakt. Voor de inslag gelden verder de regels van de vrije slag.

Straffen

- Bij een onopzettelijke overtreding van een verdediger binnen het 10-metergebied: een vrije slag wordt toegekend aan de aanvallende partij, te nemen op de 10-meterlijn en zo dicht mogelijk bij de plaats van de overtreding. Na het nemen van de vrije slag moet de bal opnieuw binnen het 10-metergebied door een stick van een aanvaller worden geraakt, alvorens een doelpunt kan worden gemaakt.  
- Bij een opzettelijke overtreding van een verdediger binnen het 10-metergebied: indien heel duidelijk een doelpunt wordt voorkomen door een opzettelijke overtreding, wordt een strafbal toegekend aan de aanvallende partij, te nemen op 6,4 meter midden voor het doel. Indien niet een doelpunt wordt voorkomen, wordt een vrije slag toegekend aan de aanvallende partij, te nemen op de 10-meterlijn midden voor het doel.
- Bij een overtreding van een aanvaller binnen het 10-metergebied: een vrije slag wordt toegekend aan de verdedigende partij, te nemen op de 10-meterlijn zo dicht mogelijk bij de plaats van overtreding.
- Bij een overtreding buiten het 10-metergebied: een vrije slag wordt toegekend aan het team dat niet de overtreding heeft gemaakt, op de plaats van die overtreding.

Strafbal

Een strafbal wordt genomen door een speler van het aanvallende team op 6,4 meter midden voor het doel van de verdedigende partij. Het doel moet verdedigd worden door een doelverdediger. De aanvaller moet dichtbij en achter de bal gaan staan, maar het is niet langer verboden om bij het nemen van de strafbal meer dan één stap te zetten. Hij mag de bal verplaatsen door middel van een push of een schuifslag, maar pas nadat de spelleider daartoe met een fluitsignaal het teken heeft gegeven. De aanvaller mag de bal één keer raken. Er mag geen schijnbeweging gemaakt worden. De bal mag ook niet hoger dan 46 cm. (plankhoogte) gespeeld worden. De doelverdediger moet in het doel op de lijn staan. Hij mag pas zijn voeten verplaatsen als de aanvaller de strafbal genomen heeft. De overige spelers moeten tijdens het nemen van de strafbal achter de 10-meterlijn buiten het 10-metergebied zijn.

Een doelpunt is gemaakt als:
- de bal in het doel komt (niet hoger dan 46 cm.)

Een strafbal eindigt zonder doelpunt als:
- de aanvaller een overtreding begaat
- de bal buiten het 10-metergebied komt, maar niet in het doel belandt
- de bal in het 10-metergebied stil komt te liggen

Als de strafbal niet met een doelpunt eindigt, wordt het spel door de verdedigende partij hervat met een vrije slag op
de 10-meterlijn