In de binnen periode (vanaf de herfstvakantie tot ongeveer 1 april) komen meerdere turnonderdelen aan bod. Elke docent bepaalt zelf de volgorde van de verschillende onderdelen. Het is belangrijk dat je zo goed mogelijk je best doet en zoveel mogelijk vooruitgang boekt. Vaak wordt een onderdeel eerst 1 of 2 lessen geoefend waarna je vervolgens een cijfer krijgt. Ook krijgen jullie aangeleerd hoe je je klasgenoten moet vangen. Dat is namelijk bij meerdere onderdelen heel belangrijk.
Hier onder staan de verschillende onderdelen:
Lange mat: handstanddoorrol
Minitramopline: streksprong, spreidsprong, hurksprong
Kast en rheuterplank: doorhurken over de breedte (meisjes) en de lengte (jongens) van de kast.
Ringen: zwaaien, halve draaien, uit de zwaaiende ringen springen.
Voor de jongens worden er ook nog vaak krachtoefeningen in de ringen gedaan, voor de spierballen!
Rekstok: duikelen, borstwaartsom, ondersprong
Waarschijnlijk krijg je ook nog een lesje: trapezezwaaien, bokspringen en touwklimmen.