Erasmus College

 

 

 

  Volleybal 'op het Erasmus College'  
   


Samen met basketbal is volleybal de meest gespeelde sport ter wereld. Misschien komt dit wel omdat je volleybal kunt blijven spelen, ook als je niet meer zo jong bent. Net als bij badminton en tennis worden de spelers van de beide partijen door een net gescheiden.

Het officiële veld

volleybalveld

De officiële wedstrijden (6-6) worden altijd in de zaal gespeeld.
Beachvolleybal (2-2) kan overal gespeeld worden, als er maar zand ligt. Bovendien is er minivolleybal voor kinderen.

Vroeger

Het spel is bedacht in Amerika, zo rond 1900. In het begin werd er 9-9 gespeeld op een groot veld met een basketbal. Later ontstond het eigenlijke volleybal zoals wij dat kennen met een kleinere en zachte bal. Het spel werd in Nederland bekend doordat Canadese militairen het hier speelden vlak na de Tweede Wereldoorlog.

Spelverloop

Het officiële volleybal wordt gespeeld door twee ploegen van zes spelers. Op school kan het natuurlijk ook met kleinere partijtjes. Je krijgt dan vaker de bal en leert er dus meer van.
De ploegen moeten proberen punten te halen door de bal op de grond te krijgen op de helft van de tegen partij.
De spelers mogen de bal maar drie keer samenspelen. Bij de derde keer moet hij dus over het net gespeeld worden. De techniek bij dit spel is heel moeilijk. De bal mag alleen gespeeld worden met de vingers, de onderarmen of met de platte hand. Je mag de bal dus niet vangen!

De regels


De opslag

  • de speler die rechtsachter staat, slaat met één hand de bal op van achter de achterlijn.
  • de bal moet in één keer over het net.
  • de bal mag het net daarbij raken.
  • elke speler blijft opslaan totdat zijn ploeg een fout maakt: dan gaat de opslag naar de tegenpartij.

Doordraaien

  • als de eigen ploeg de opslag heeft veroverd moet de ploeg doordraaien met de klok mee.    
  • degene die nu rechtsachter staat moet nu opslaan.

Het spelen van de bal

  • elke ploeg mag de bal maar drie keer samenspelen.
  • de bal mag niet twee keer achter elkaar door dezelfde speler gespeeld worden.
  • de techniek moet goed zijn; als je handen de bal niet gelijktijdig raken kan de 
  • scheidsrechter dit afkeuren.

Het net

  • bij de opslag èn tijdens het spelen mag de bal het net raken.
  • de spelers mogen het net nooit raken.

Uitbal

  • de bal is uit als hij de grond buiten de lijnen raakt; op de lijn is dus in.

Puntentelling

  • je kunt punten scoren zowel op je eigen opslag als op de opslag van de tegenpartij.
  • elke bal die opgeslagen is, levert dus een punt op voor één van beide ploegen.
  • op school spreken we vaak van tevoren af om hoeveel punten we spelen; bij een officiële wedstrijd is een set afgelopen bij 25 punten maar dan moeten er wel twee punten verschil zijn.
  • de ploeg die drie sets wint is de winnaar van de wedstrijd.