dalton
scholengemeenschap
zoetermeer

Dalton-onderwijs

Helen Parkhurst stichtte in 1920 in de plaats Dalton (vandaar de naam…) in de Verenigde Staten een school waarin leerlingen meer vrijheid kregen bij het maken van hun taken. Zij was op basis van haar ervaringen als lerares er van overtuigd geraakt dat kinderen het beste voorbereid werden op het leven als zelfstandige burger in een democratie, door hen zelfstandig keuzes te laten maken, te leren samenwerken en te leren meer dan alleen hun verstand te ontwikkelen. Alleen dan zouden zij in staat zijn in vrijheid te leven, daarin keuzes te maken, verantwoordelijkheid te dragen en zelfstandig te functioneren.

Zij bestudeerde alle toenmalige onderwijskundige en pedagogische theorie en verdiepte zich in de onderwijservaringen van Maria Montessori. De combinatie van praktijkervaring en bestudering van wetenschappelijke studies over pedagogiek en onderwijskunde bracht haar tot de ontwikkeling van de daltonwerkwijze. Zij noemde het bewust niet een ‘systeem’.
De vakdeskundige docent moest een pedagogisch gerichte houding hebben ten opzichte van zijn leerlingen. Daar hoorde geen systeemdwang bij.
Belangrijkste kenmerken van de daltonwerkwijze werden de taak, de individuele verantwoording, tempoverschil tussen leerlingen, persoonsvorming, samenwerking en afwisseling klassikaal en individueel werken. De manier waarop dit georganiseerd wordt, heeft zij niet specifiek voorgeschreven. Dat moest ingevuld worden door de docenten, door de school, ook al heeft zij veel voorbeelden gegeven van de manieren die daarbij gebruikt kunnen worden. Parkhurst sprak dan ook liever van ‘a way of life’ dan van een systeem.
Elke daltonschool heeft ‘dalton’ dan ook op z’n eigen wijze georganiseerd.

Dalton op het Erasmus

Een belangrijk doel van daltononderwijs is: de leerlingen kritisch en zelfstandig laten worden. Om dit te bereiken spreken we de leerlingen vanaf het begin aan op alles waarvoor ze zelf verantwoordelijkheid kunnen dragen. Tijdens de daltonuren moeten de leerlingen zelf bepalen in welke volgorde ze aan de opgegeven opdrachten werken en hoe lang ze erover willen doen. Dat gebeurt zeven tot tien keer per week. De leerling verantwoordt zijn keuzes bij de mentor. Zie voorbeeld daltonopdracht !
De leerlingen ervaren deze manier van werken als een uitdaging en ze vinden het motiverend. Bovendien ontstaat afwisseling doordat er hoogstens drie klassikale lessen achter elkaar in het dagrooster voorkomen. Dat is zowel voor leraren als voor leerlingen erg prettig.
Tijdens activiteiten buiten de lessen dragen leerlingen veel verantwoordelijkheid; begeleiders stellen zich op als coach. De leerlingen groeien dan enorm in zelfstandigheid en in allerlei vaardigheden. Steeds weer blijkt dat dit ook het leren ten goede komt.

Tijdens de daltonuren en bij de activiteiten werken de leerlingen samen met leerlingen uit andere klassen. Dat is anders dan in andere scholen. Het is voor de leerlingen niet alleen leerzaam. De sfeer wordt er ook positief door beïnvloed. Op die manier ontstaat binding, een ‘Erasmus-gevoel’. Veel oud-leerlingen blijven met de school verbonden, omdat ze dat zo waardevol vinden.
Ouders vragen zich wel eens af bij de keuze voor een school voor voortgezet onderwijs of hun kind wel geschikt is voor daltononderwijs.

Niet ieder kind kan even veel verantwoordelijkheid aan als anderen. Maar kinderen kunnen daar juist in groeien. Dat is wat de daltonschool hen juist leert. Natuurlijk heeft een kind dat vanuit zichzelf geneigd is tot zelfstandigheid het daarbij makkelijker. De ander zal zich ontwikkelen doordat we wat dichter op zijn huid zitten. Belangrijk is dat ouders het met deze gedachtegang van het Erasmus College eens zijn.

Dalton organiseren

De wijze waarop daltonscholen hun onderwijs organiseren, is verschillend. Wij hebben het als volgt georganiseerd. In zijn/haar weekrooster treft de leerling minimaal zeven lesuren aan die met een D of O worden aangeduid. In deze daltonuren (of opdracht-uren) moet de leerling aan opdrachten werken.
De opdrachten worden per week (brugklas), per twee weken (tweede en derde klas) of per periode van ongeveer zes á acht weken (bovenbouw) verstrekt.
Ze zijn meestal gebonden aan één vak, maar ze kunnen ook vakoverstijgend zijn. Een opdracht die af is, wordt bij de eigen docent of eventueel bij een vakcollega verantwoord en afgetekend op een kaart die de leerling bij zich draagt.
De docent kan de opdracht overhoren, nakijken, of alleen nagaan of hij met aandacht is gemaakt. Als de opdracht door leerlingen samen is gemaakt, gaat het o.a. over de manier waarop er is samengewerkt. In alle gevallen ontstaat een gesprek met de leerling over de manier waarop hij leert. Dit is een gesprek dat op de meeste klassikale scholen niet of alleen met de mentor plaatsvindt.
Dit is de kern van de begeleiding op een daltonschool.


Daltonopdracht: oefenen en voorbeeldopdracht

 

Gravure (1884) van het plaatsje Dalton, Massachusetts, USA

Lees meer over Helen Parkhurst  (Wikipedia)

Uitgangspunten   |   Samenwerkingsschool   |   Daltononderwijs